Vakantiedagen alsnog betalen?!

Werkgever: heeft u werknemers die veel vakantiedagen hebben staan? Let op!

Werknemer: heeft u tijdens uw dienstverband extreem weinig vakantiedagen opgenomen?

U weet misschien dat het recht op het wettelijk minimumaantal vakantiedagen (20 per jaar), verjaart 6 maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd (dus 20 dagen opgebouwd in 2018 en niet opgenomen, vervallen per 1 juli 2019). Dit is een wettelijke regeling die in 2015 ingevoerd is.

Als werkgever denkt dus misschien: jammer voor die werknemer, had hij of zij de dagen maar moeten opnemen.  En als werknemer denkt u wellicht: stom ik had ze natuurlijk moeten opnemen. Nee…

Er kleeft een risico aan deze passieve houding van de werkgever.

Het Europees Hof van Justitie heeft in een zaak in Duitsland uitgemaakt dat vakantie een dermate sterk grondrecht is, dat de werkgever proactief moet zijn in het laten opnemen ervan. Het is zelfs niet genoeg erop te attenderen (‘je hebt nog veel vakantiedagen open staan, neem ze op’), het Hof meent dat de werkgever zelf een concreet voorstel moet doen hoeveel en wanneer de werknemer ze ‘moet’ opnemen. Ook moet de werkgever de werknemer uitdrukkelijk waarschuwen dat de vakantiedagen anders komen te vervallen.

Niets doen als werkgever, kan met name problematisch worden na einde dienstverband. Wanneer de werknemer dan niet genoten vakantiedagen uitbetaald mag krijgen, bestaat de kans dat een werknemer (met een wakkere advocaat, dat dan wel), met een beroep op deze uitspraak óók betaling zal kunnen claimen van de dagen die weliswaar verjaard zijn, maar waarop u als werkgever actie had moeten ondernemen.  

Advies voor de werkgever is dus: beter proactief werknemers aanmoedigen vakantiedagen op te nemen en er op wijzen – schriftelijk – dat ze anders komen te vervallen.

Advies voor de werknemer: na einde dienstverband kunt u proberen een vordering in te dienen bij uw werkgever voor betaling van vakantiedagen die formeel verjaard zijn, maar waarop u toch recht kunt hebben, omdat uw werkgever nalatig is geweest in het proactief aanmoedigen van het opnemen ervan.

Vragen? neem contact op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Een paar interessante citaten uit de uitspraak:

Indien een werknemer zijn verworven recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon of, ingeval het dienstverband wordt beëindigd, het daarmee verbonden recht op een vergoeding voor niet-opgenomen vakantie zou verliezen zonder dat hij daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad om dat recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon uit te oefenen, zou dat recht (…) worden uitgehold

(…) de verplichting die krachtens artikel 7 van richtlijn 2003/88 op de werkgever rust, niet zover kan gaan dat hij zijn werknemers moet verplichten daadwerkelijk gebruik te maken van hun recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon (…)

is de werkgever, gelet op het verplichte karakter van het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon en teneinde de nuttige werking van artikel 7 van richtlijn 2003/88 te verzekeren, met name gehouden om er concreet en in alle transparantie voor te zorgen dat de werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om zijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen, en hem er zo nodig formeel toe aan te zetten dat te doen. Daarbij dient hij de werknemer erover te informeren – op precieze wijze en tijdig, zodat die vakantie de betrokkene nog de rust en ontspanning kan bieden waaraan zij wordt geacht bij te dragen – dat hij de vakantie die aan het einde van de referentieperiode of van een toegestane overdrachtsperiode niet is opgenomen, verliest.

Nog meer lezen? Zie de Uitspraak